Schoten in de Mercatorstraat
Op donderdag 15 mei 1941 vond in de Mercatorstraat een voorval plaats dat Venlo in groot gevaar bracht. Bij een schotenwisseling raakte een Duitse militair gewond. De bezetter dreigde met ernstige represailles. Als vergelding zouden tien vooraanstaande Venlonaren standrechtelijk worden gefusilleerd. Bovendien zou de stad een boete van 350.000 gulden moeten betalen. Het onderzoek werd geleid door een Sonderkommando van de Gestapo uit Den Haag. De hevig verontruste burgemeester Bernard Berger stelde een avondklok in. Twee Venlose jongens, de zestienjarige Piet van den Hoef en zijn een jaar oudere vriend Hein Detillon, werden al snel gearresteerd. Ze bekenden.
De pers werd niet over het voorval ingelicht. Buiten een groepje direct betrokkenen wist niemand wat er precies was gebeurd. De aanslag op de militair was een raadsel en zou dat blijven. We reconstrueren het schietincident dat grote consequenties had kunnen hebben. Dank gaat uit naar Gerrit van der Vorst uit Zeist, die bij toeval in het Nationaal Archief een dossier ontdekte over de aanslag.
Het is woensdag 14 mei 1941. Piet van den Hoef is in het Sportfondsenbad aan de Walstraat in Venlo. Hij neemt er regelmatig een duik. Ook Duitse soldaten die in Venlo gelegerd zijn, zwemmen er vaak. Kort tevoren is het Piet gelukt om een pistool van zo’n Duitse badgast te stelen. Omdat het wapen weigerde, had hij het in de Maas geworpen. Ook nu loopt Piet spiedend rond. Vanuit een ooghoek ziet hij dat een deurtje van een kleedhok openstaat. Een Duits uniform en een holster met pistool zijn achteloos achtergelaten. Werktuigelijk grist de knul het wapen uit het kleedhokje en verstopt het. Niet veel later verlaat hij met kloppend hart het Sportfondsenbad. Buiten bekijkt hij zijn buit. Het is een Mauserpistool met acht patronen. Vlug loopt de tiener naar huis. Van den Hoef woont met zijn beide ouders, vijf broers en zussen en twee inwonende neefjes aan de Havenkade 18. Van het Sportfondsenbad naar huis is een korte weg. Uit angst alsnog gesnapt te worden, zal hij er flink de pas in hebben gezet. Of hij na thuiskomst een van de gezinsleden vertelt over wat hij heeft gedaan, is onbekend. Maar een tiener kan zo’n groot geheim natuurlijk niet voor zich houden. Hij neemt dezelfde dag nog zijn vriend Hein Detillon in vertrouwen. Het gezin Detillon woont vlakbij, aan de Hoogstraat 24 in Venlo.
Een pistool met acht kogels van een Duitser! Het spreekt dat de vrienden in alle staten zijn. Ze realiseren zich echter niet, wat de repercussies kunnen zijn wanneer de diefstal uitkomt. Sterker, in hun jeugdige overmoed of onnozelheid besluiten ze om nog een Duitse militair van zijn pistool te beroven, zodat ook Hein een schietwapen heeft. Ze beramen een plan. Aan de Maasstraat ligt het café van Willem van de Ven, een tref van NSB’ers en Duitsers. Vanwege de alom bekende nazisympathieën van de exploitant staat de horecagelegenheid niet in een al te best daglicht bij de bevolking. De officiële naam van het café luidt Het Anker. Maar dat is van vóór de oorlog. In de bezettingsjaren wordt het vanwege de militaire clientèle smalend Bunker 17 genoemd. Het etablissement staat ook bekend als De Geitjes, omdat de inwonende dochters meehelpen in het café.
Op donderdag 15 mei ’s avonds om half elf lopen de twee vrienden Bunker 17 binnen. Verstopt in zijn kleding draagt Piet het gestolen pistool. Ze gaan aan een tafel zitten, bestellen wat te drinken en vragen om kaarten. Hun aandacht is echter niet bij het spel. Nauwlettend houden ze de andere aanwezigen in de gaten. Rond elf uur maakt de 28-jarige onderofficier Walter Mühle uit Chemnitz aanstalten om te vertrekken. De jonge Venlonaren rekenen meteen na hem af, wachten even en gaan dan hun beoogd slachtoffer achterna. Buiten zien ze hem net de hoek van de Peperstraat omslaan. Ze volgen Walter Mühle door de Lomstraat en over de Geldersepoort. Aan het Klein Park (thans het Mgr. Nolenspark) vatten ze moed en spreken de militair aan. Mühle is niet gediend van dit ongewenst contact en wandelt door. De vrienden zien dat hij over de Sint-Martinusstraat naar de Mercatorstraat loopt.
De beiden zetten het op een rennen en nemen een andere route naar de Mercatorstraat: via de Goltziusstraat en Schoolstraat. Vlak bij gloeilampenfabriek Pope schiet Piet van den Hoef de Duitser in de rug. De zwaargewonde Mühle heeft nog de kracht zijn pistool te richten en terug te schieten. Hij raakt de jongens niet en sleept zich naar de Burgemeester van Rijnsingel. De vrienden zijn door schrik bevangen. Van de zenuwen lost Piet nog drie schoten. Ze missen doel. De daders maken zich uit de voeten. Ieder in een andere richting. Op de Hakkesplaats, een steeg tussen Jodenstraat en Havenkade, gooit Piet zijn gestolen wapen weg in een smalle opening tussen twee huizen.
Het rapportenboek van de Venlose politie van donderdag 15 mei 1941 vermeldt: ‘23.30 uur: werd door de heer Wolters, wonende Burgemeester van Rijnsingel 65 alhier, telefonisch kennis gegeven dat er een Duitsche soldaat op den Burgemeester Van Rijnsingel lag. Met twee Feldwebels van de Gendarmerie heeft hoofdagent Van Deelen zich ter plaatse begeven. Op den Burgemeester van Rijnsingel werd door ons een onderofficier van den Duitschen Wehrmacht aangetroffen die voorover op den buik lag, nagenoeg naast den villa van den heer Wolters. ‘
Uit het eerste onderzoek blijkt dat het slachtoffer een schotwond in de rug heeft. Een van de omstanders, zekere Van den Hoef (stomtoevallig een naamgenoot, maar geen familie van een van de daders) vertelt dat hij op weg naar huis iemand hoorde kreunen en vervolgens de gewonde onderofficier had gevonden. De getuige wordt voor verhoor meegenomen naar de Ortskommandantur. Het slachtoffer wordt per ambulance naar het Sint-Josephziekenhuis aan de Hogeweg vervoerd. Luttele uren later meldt de leider van de Dienststelle Maastricht van de Sicherheitsdienst en Sicherheitspolizei H. Schönhals zich bij het ziekenhuis. De Duitser raast en tiert van woede. Venlo is in grote last. Op vrijdag 16 mei, de dag na de schietpartij, arriveert een Sonderkommando van de Gestapo Den Haag om het onderzoek ter hand te nemen.
De ochtend na de aanslag arriveerde een Sonderkommando uit Den Haag onder leiding van Hauptscharführer Fröhlich bij het politiebureau aan de Lohofstraat. De Duitsers namen zelf het onderzoek in handen. Dat was inmiddels al op gang gekomen. Bij het sporenonderzoek in de Mercatorstraat waren hulzen van het kaliber 7.65 gevonden. Er werd meteen een verband gelegd met het Mauserpistool van een Duitse militair, dat kort tevoren was gestolen in het Sportfondsenbad. Enkele bewoners van de Mercatorstraat waren ondervraagd. Ze hadden verklaard dat ze pistoolschoten, gekreun en ‘Hände hoch’ hadden gehoord in voorgaande nacht. Iemand had ‘Piet’ geroepen en ‘Halt. Halt!’. Niemand was naar buiten gegaan om poolshoogte te nemen. Gelet op de ernst van de situatie, stelde burgemeester B. Berger een avondklok in. Alle verloven van de politie werden tot nader order ingetrokken. Ondanks zijn verwondingen kon Walter Mühle worden gehoord daags na de aanslag.
Hij verklaarde dat hij samen met collega-militair George Seidel enkele biertjes was gaan drinken in een café. Om elf uur was hij er weggegaan. Twee personen waren hem onderweg verschillende malen voorbijgelopen. Mühle had het niet vertrouwd en zijn pistool onder zijn koppelriem gestoken. Bij de Pope had hij plotseling gevoeld dat hij in de rug geschoten werd. Hij had teruggeschoten, maar wist niet of hij iemand had geraakt. Georg Seidel wist precies uit te leggen waar het bewuste café was. Het was café Bunker 17 aan de Maasstraat van de NSB’er Willem van de Ven. Seidel diste nog een detail op. Zijn vriend Walter had sjans gehad aan een aantrekkelijke jongedame, een van de dochters van de kroegbaas.
Dezelfde vrijdagmorgen meldde zich Mathias Schutte bij het politiebureau. Hij had op de Hakkesplaats een pistool gevonden. Het was het wapen dat in het Sportfondsenbad was gestolen en waarmee waarschijnlijk was geschoten in de Mercatorstraat. Het onderzoek ging nu razendsnel. Hauptscharführer Fröhlich toog naar Bunker 17, waar vader en dochter Van de Ven vertelden dat in het café twee jongens waren geweest. Ze waren vlak voor Walter Mühle vertrokken. De dochter kende een van de knapen. Hij heette Van den Hoef en woonde aan de Havenkade. Op zaterdag 17 mei stond de politie bij Piet van den Hoef op de stoep. Hij reageerde zo nerveus dat hij werd meegenomen naar het bureau. Daar vertelde hij dat hij inderdaad bij Van de Ven was geweest. Samen met zijn vriend Hein Detillon. Om elf uur waren ze er vertrokken. Onderweg naar huis had Piet nog een tijdje naar de schijnwerpers gekeken van het luchtafweergeschut. Er waren Engelse vliegers overgekomen.
Hein Detillon werd thuis opgehaald. Ook hij was zenuwachtig. Hauptscharführer Fröhlich bleef doorvragen en op zeker moment brak de arrestant. Hein bekende dat Piet van den Hoef met het uit het Sportfondsenbad gestolen pistool op Mühle had geschoten. Detillon had nog geroepen: ’Piet niet doen!’. Vervolgens was hij weggerend. Geconfronteerd met de verklaring van zijn vriend, bekende ook Van den Hoef. Daarmee was de zaak in korte tijd opgelost.
Die avond was er een feestje in De Bovenste Molen, waar op de vlotte afloop werd getoost. Andere aanwezigen stak het dat de Venlose politie-inspecteur H.A. Wierks zich ook liet fêteren door de Duitsers. Het laat zich raden dat de jeugdige daders hele andere gevoelens hebben gehad in hun cellen. Angst voor wat hen boven het hoofd hing en spijt over hun onbezonnen daad zullen daarbij om voorrang hebben gestreden. De represailles werden niet ten uitvoer gebracht. De leeftijd van de daders en het ontbreken van een politiek motief zullen daarbij een rol hebben gespeeld.
In Venlo kwam een stroom van geruchten op gang. Piet van den Hoef werd door buurtbewoners Pita genoemd. Hij speelde vaak op een accordeon. Er werd verteld dat hij door de Duitsers naar Lomm was gebracht en daar zijn eigen graf had moeten graven. Hij werd vervolgens gedwongen om zittend op de rand een dodenmars te spelen op zijn instrument. Daarna zou hij gefusilleerd zijn.
De werkelijkheid was anders. De beide arrestanten werden overgebracht naar de gevangenis van Scheveningen. Op 6 oktober 1941 verschenen ze voor het Feldgericht Amsterdam. Piet van den Hoef kreeg zeven jaar gevangenisstraf, Hein Detillon zes jaar. De Venlonaren werden op 17 december van Amsterdam, waar ze aan de Weteringschans vastzaten, teruggebracht naar Scheveningen. In januari 1942 werden ze op transport gesteld naar Duitsland. Hein Detillon was opgesloten in gevangenissen in onder meer Bochum, Herford, Neumünster, Berlin-Tegel en Suhrenkamp. Piet van den Hoef werd ziek tijdens zijn detentie, hij overleed op donderdag 11 maart 1943 om kwart over twee ’s middags in de gevangenis aan de Ulmenstrasse in Düsseldorf. Als doodsoorzaken staan in de overlijdensakte open tbc, hartzwakte en ondervoeding vermeld. Het laat zich raden hoe gruwelijk de laatste levensdagen van de jongen moeten zijn geweest. Piet wordt begraven op het Nordfriedhof in Düsseldorf. Op verzoek van de familie zijn na de oorlog zijn stoffelijke resten overgebracht naar de begraafplaats in Venlo.
Hein Detillon keert op 24 september 1945 terug. Dagblad De Waarheid wijdt een artikel aan zijn wedervaren. Hein laat optekenen dat hij op zeker moment uit de gevangenis van Graudenz (D) had weten te ontsnappen. Hij was met hulp van een Nederlands meisje ondergedoken op een boerderij. Later had hij zich als vrijwilliger gemeld bij het Rode Leger. Hij werd chauffeur op een tank. Wat feit is of fictie in het relaas, is onduidelijk. In het artikel uit Detillon beschuldigingen aan het adres van H. Wierks, die na de bevrijding benoemd was tot plaatsvervangend commissaris van politie in Venlo. De functionaris zou hem en zijn vriend hardhandig tot een bekentenis hebben gedwongen. Later trekt Detillon deze verklaring weer in. Maar er zijn meer verhalen over het gedrag van Wierks tijdens de oorlogsjaren. Als er een onderzoek naar hem wordt ingesteld, blijkt het procesverbaal van het verhoor van Detillon en Van den Hoef onvindbaar. Later duikt het op. Het is echter aangepast en wel zo, dat de rol van Wierks veel minder accent heeft. De hoge politiefunctionaris komt in ernstige problemen en ontslag dreigt. Uiteindelijk vertrekt hij begin 1947 naar Hilversum.















![A Vostermans Companies [diap]](https://eindelijkvrij.eu/wp-content/uploads/2025/02/A-Vostermans-Companies-diap.png)












